Deze website maakt gebruik van cookies

Deze website gebruikt cookies. Door gebruik te maken van deze website, geef je aan akkoord te zijn met het gebruik van cookies.

Sluiten
Zwangere medewerker aan het werk, met aandacht voor een gezonde werkhouding, voldoende rust en goede begeleiding tijdens de zwangerschap.

info@etskeblom.nl

Van één naar twee kinderen: waarom deze overgang vaak wordt onderschat

Bij je eerste kindje verandert bijna alles.

Je wordt ouder, moet wennen aan een compleet nieuw ritme en ontdekt ineens hoeveel invloed zo'n klein mensje heeft op hoe je dagen eruitzien. Toch lukt het veel ouders na verloop van tijd om daar een bepaalde balans in te vinden.

Je leert wanneer je kindje slaapt, hoe je de opvang organiseert en wie op welke dag haalt en brengt. Je ontdekt hoe je een werkdag combineert met een gebroken nacht en hoe je 's ochtends met een tas vol spullen op tijd de deur uitkomt.

Misschien was de terugkeer naar je werk na je eerste zwangerschapsverlof spannend, maar ging het uiteindelijk eigenlijk best goed.

En dan komt er een tweede kindje.

Je weet inmiddels hoe je een luier verschoont, schrikt minder snel van koorts en hebt waarschijnlijk een stuk minder babyspullen gekocht dan de eerste keer. Je zou dus kunnen denken dat de tweede keer makkelijker wordt.

Maar juist de overgang van één naar twee kinderen kan behoorlijk worden onderschat.

Bij één kindje kun je je vaak nog aanpassen

Moet je kindje naar de opvang? Dan heb je één tas, één jas, één paar schoenen en één kind dat op tijd de deur uit moet.

Natuurlijk kan ook het ouderschap van één kind ontzettend intensief zijn. Ieder kind, iedere ouder en iedere situatie is anders.

Maar met de komst van een tweede kindje verdwijnt een deel van die bewegingsruimte.

Want terwijl de baby eindelijk slaapt, heeft je oudste je nodig.

Terwijl je de jongste een fles geeft, moet de oudste naar de wc.

De één moet om 09.00 uur naar de opvang, de ander heeft precies op dat moment honger. En net wanneer je denkt dat je een ritme hebt gevonden, besluit één van de twee dat het vanaf vandaag anders gaat.

Twee kinderen betekent niet twee keer zoveel organiseren

Soms voelt het als veel meer.

Je hebt niet alleen te maken met twee kinderen, maar ook met twee verschillende behoeftes, leeftijden en ritmes.

Slaapjes, voedingen, hapjes, zwemles, opvang, boodschappen, was, afspraken bij het consultatiebureau, een kind dat ziek wordt en ondertussen ook nog proberen aandacht te hebben voor elkaar.

En dan hebben we het nog niet eens over werk.

Waar je na je eerste kindje misschien relatief snel je draai terugvond, kan dat na de geboorte van je tweede ineens heel anders voelen.

Niet omdat je minder goed kunt organiseren.

En ook niet omdat je het bij je eerste kind blijkbaar beter deed.

Je leven vraagt simpelweg meer van je.

Zeker wanneer de kinderen dicht op elkaar zitten

Wanneer er weinig leeftijdsverschil tussen beide kinderen zit, kan die periode extra intensief zijn.

Je oudste is misschien zelf nog maar net uit de babytijd en heeft nog veel hulp nodig. Zelf aankleden lukt nog niet, alleen spelen maar kort en emoties kunnen groot zijn.

Tegelijkertijd heb je een baby die volledig afhankelijk van je is.

Dat betekent dat je als ouder weinig momenten hebt waarop niemand iets van je nodig heeft.

En juist dat voortdurend 'aan' staan kan zwaar worden.

Niet per se op één specifieke dag, maar door de opeenstapeling ervan.

Een slechte nacht is meestal wel te overzien.

Weken of maanden met onderbroken nachten, twee kinderen die aandacht vragen én een baan waarin je weer wilt functioneren zoals voorheen, is iets anders.

En dan moet je weer aan het werk

Tijdens je verlof kun je misschien nog enigszins meebewegen met wat er thuis gebeurt.

Maar op een gegeven moment komt die eerste werkdag dichterbij.

En daarmee verandert de puzzel opnieuw.

Hoe laat moet iedereen 's ochtends opstaan?

Wie brengt welk kind?

Wat gebeurt er als één van de twee ziek is?

Hoe verdeel je de nachten wanneer je de volgende ochtend allebei moet werken?

Wanneer doe je boodschappen, de was en alle andere dingen die ondertussen gewoon doorgaan?

En waar blijf jij zelf eigenlijk in dat hele schema?

Dat zijn geen kleine vragen.

"Bij de eerste ging het toch ook goed?"

Juist die gedachte kan ervoor zorgen dat ouders te lang doorgaan.

Misschien had je na je eerste zwangerschapsverlof helemaal geen extra begeleiding nodig. Je pakte je werk weer op, vond thuis een ritme en het lukte.

Daardoor verwacht je misschien dat het deze keer ook wel goed zal komen.

Je werkgever kan die verwachting trouwens net zo goed hebben.

Je hebt het immers al eens gedaan.

Maar terugkeren naar werk na je tweede kindje is niet dezelfde situatie als terugkeren na je eerste.

Je gezin is veranderd.

De hoeveelheid zorg is veranderd.

Je nachten kunnen anders zijn.

Je beschikbare tijd is veranderd.

En daarmee kan ook veranderen wat jij nodig hebt om prettig en duurzaam terug te keren naar je werk.

Wacht niet totdat het te veel wordt

Wanneer je tijdens je verlof al merkt dat je opziet tegen je terugkeer, is dat juist een goed moment om erover te praten.

Niet pas wanneer je alweer weken aan het werk bent en iedere avond uitgeput op de bank zit.

Bespreek het met je leidinggevende of HR.

Vertel waar je tegenaan loopt en waar je je zorgen over maakt.

Misschien is er helemaal geen groot traject nodig. Soms kunnen een paar goede gesprekken, duidelijke afspraken en begeleiding rondom de terugkeer al voldoende zijn om te voorkomen dat iemand maandenlang probeert alle ballen zelf in de lucht te houden.

Ook voor werkgevers is dit belangrijk

Bij een tweede zwangerschap kan het verleidelijk zijn om te denken: deze medewerker weet inmiddels hoe het werkt.

Maar juist daar ligt een kans.

Vraag niet alleen hoe de zwangerschap gaat of wanneer iemand verwacht terug te komen.

Vraag ook:

"Hoe verwacht je dat de combinatie thuis en op het werk straks zal zijn?"

Dat ene gesprek kan ontzettend waardevol zijn.

Het geeft een medewerker ruimte om eerder te vertellen wat er speelt en geeft de werkgever de mogelijkheid om mee te denken voordat overbelasting ontstaat.

Het hoeft niet eerst mis te gaan

Bij Werk & Wieg begeleiden we medewerkers rondom zwangerschap, verlof en de terugkeer naar werk.

Soms is daar een uitgebreid traject voor nodig.

Maar zeker niet altijd.

Wanneer je na de geboorte van je tweede kindje merkt dat de terugkeer naar werk anders voelt dan de eerste keer, kan juist een kortere begeleiding voldoende zijn. Samen kijken we naar wat er thuis en op het werk speelt, waar de grootste druk ontstaat en welke afspraken kunnen helpen om opnieuw balans te vinden.

Niet met als doel om alle ballen nóg beter in de lucht te leren houden.

Maar juist om te onderzoeken welke ballen misschien helemaal niet voortdurend in de lucht hoeven te blijven.

Want de komst van een tweede kindje mag veel van je vragen.

Het mag soms chaotisch zijn, vermoeiend en zoeken naar een nieuw ritme.

En tegelijkertijd mag het ook een periode zijn waarin je geniet van dat nieuwe kleine mensje, ziet hoe je oudste langzaam grote broer of zus wordt en ontdekt hoe jullie opnieuw een gezin vormen.

Werk hoort daar ook bij.

Maar wel op een manier die past bij de nieuwe werkelijkheid.

Zodat je niet hoeft te kiezen tussen een betrokken ouder zijn en goed zijn in je werk, maar de ruimte krijgt om beide op een gezonde manier naast elkaar te laten bestaan.

Jonge ouder met twee kleine kinderen tijdens een druk moment thuis, passend bij de uitdaging van werk en een gezin met twee jonge kinderen.
afspraak plannen bij werk en wieg om uitval te voorkomen en talent te behouden

Ben je er klaar voor?